Paulo in de klas

Paulo-bij-Signac

Paulo in de klas

Groep 0, 1 en 2
Toelichting Papegaai Paulo

Papegaai Paulo woont in het museum en laat de kinderen graag zijn lievelingskunstwerken zien. Samen met Paulo maken peuters en kleuters op speelse manier kennis met het museum en een aantal kunstwerken. Door middel van kijkopdrachten en associatiespelletjes wordt er aanspraak gemaakt op de basis reken- en taalvaardigheid van jonge kinderen.
Paulo kan met de kinderen in de klas aan de slag, aan de hand van beeldmateriaal, verhaaltjes, lessuggesties en filmpjes.

Wist u dat…

… de kinderen Paulo ook in het museum kunnen ontmoeten? Download hier de lesbrief voor meer informatie over deze museumles.

Tip! De dikgedrukte woorden zijn woorden om met de kinderen over te praten. Weten ze wat het is? Kunnen ze voorbeelden noemen?

(NB een groot deel van woorden is terug te vinden in de BAK (Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters)

Introductie

Paulo woont in het museum. Hij wil namelijk kunstenaar worden. Hij kijkt graag in het museum rond en ziet daar prachtige kunstwerken. Wat is een museum eigenlijk? Zijn de kinderen wel eens in een museum geweest?

Paulo laat de kinderen graag een paar mooie kunstwerken zien. Kijken jullie mee?

Met deze werken kunnen begrippen worden besproken als onder/ boven, in/ uit, deel/helemaal, ver weg/ dichtbij, groot/ klein, veel/ weinig, voor/achter, tellen, op/ onder, naast, hoog/ laag, donker/ licht, snel/ langzaam, sterk, kleuren, voelen, vacht, ver weg/ dicht bij, vormen, enz

Kunstwerken

Maurizio Cattelan, Zonder titel, 2001


Voor dit beeld is speciaal een gat in de grond van de museumzaal gemaakt. Het beeld is gemaakt van was (zoals een kaars). De kunstenaar heeft zichzelf nagemaakt (een zelfportret). Het lijkt net echt. Doordat het beeld zo echt lijkt, houdt hij ons een beetje voor de gek en brengt hij ons in de war: komt hier echt een man uit de vloer of…?
De man is in de vloer
De man komt uit de vloer
De man klimt naar boven/ omhoog
De man kijkt over het randje
De man komt van beneden
Je ziet de man niet helemaal

Het beeld is net echt

Paul Signac, Haven van Rotterdam, 1907


Paul Signac was bijna 100 jaar geleden in Rotterdam en zag de haven vanuit zijn hotelkamer. Hij was onder de indruk: wat werd er hard gewerkt, wat waren er veel schepen en wat gebeurde er veel! De haven van de stad ziet er op het schilderij heel anders uit dan bijna 100 jaar later, nu; er zijn bijna geen boten meer, het werk wordt buiten de stad in de haven gedaan.
Signac maakte zijn schilderij helemaal met kleine stipjes. Kleuren naast elkaar die samensmelten tot andere kleuren. Het lijkt wel toveren. Van dichtbij zie je stipjes, van veraf zie je eigenlijk pas wat het schilderij voorstelt: een haven.

Dit schilderij is het lievelingsschilderij van Paulo. Paulo wil ook kunstenaar worden.

  • Zijn er veel of weinig bootjes?
  • Hoeveel bootjes zie je?
  • Welk bootje lijkt het grootst/ kleinst? (NB is dit ook echt zo of komt dit door afstand/ perspectief? Toon dit aan met bijvoorbeeld behulp van blokjes)
  • Welk bootje is het meest ver weg/ dichtbij?
  • De rook is voor de brug
  • De rook is achter de zeilboot rechts
  • Waar komt de rook vandaan?
  • Is de boot/ rook/ brug/ kade enz laag of hoog?
  • Zijn er veel of weinig stipjes?
  • Welke kleuren zie je?

Albert Cuyp, Schimmel in een landschap, 1650

Op dit schilderij zijn mensen en dieren te zien. Een man houdt een paard aan de teugels vast. Een andere man zit op de grond achter het paard. Op het paard is een zadel. Er zijn ook honden. Iedereen staat stil. Op de achtergrond staan bomen. In de verte rent een man achter een paar honden aan. De mannen hebben mooie en deftige kleren aan. Ook het paard heeft mooie strikken. (eventueel: de kleren van de mannen zien er misschien gek uit, maar ze zijn van lang geleden)

  • Hoeveel mannen zie je?
  • Hoeveel dieren zie je?
  • Welke dieren zie je?
  • Wie is er vooraan?
  • Wie is er achteraan?
  • Wie is ver weg?
  • Wie is dichtbij?
  • Wie is er snel?
  • Wie is er langzamer?
  • Waar is het lichter?
  • Waar is het meer donker?

Kandinsky, Strahlenlinien (Radiating Lines), 1927

De kunstenaar heeft heel veel verschillende soorten vormen geschilderd. Cirkels, vierkanten, driehoeken, rechthoeken. Grote en kleine. Ook veel verschillende kleuren. Lichte en donkere. Wat is het? Een raket die naar de maan vliegt? Een boom in maanlicht? Of nog iets anders?

  • Welke vormen zijn er?
  • Welke kleuren zijn er?
  • Welke vormen zijn boven?
  • Welke vormen zijn onder?
  • Hoeveel/ welke kleuren heeft de grote blauwe cirkel bovenaan?
  • Wat zie je?
  • Wat is de bovenkant/ onderkant?

Pieter Bruegel, De toren van Babel, 1565

Dit verhaal komt uit de bijbel. De mensen wilden graag een heel hoge toren bouwen om in de hemel te kijken. God vond dit niet goed en werd boos. Voor straf liet hij alle mensen een andere taal praten. Niemand verstond elkaar meer. Ze konden de toren samen niet meer afbouwen.

De toren is hoog
Zijn de mensen groot of klein?
Zijn er veel of weinig mensen?
De toren is naast het water
De toren is onder de lucht
De wolken zijn naast de toren
Hoeveel verdiepingen zijn er?
Welke kleuren heeft de toren?

Zelf aan de slag

Naar aanleiding van de kunst die u samen met de kinderen hebt bekeken en onderzocht, kunt u onderstaande suggesties als vervolg/ verwerking toepassen.

1. Kleuren en stippen

Welke kleuren vinden de kinderen mooi? De kinderen kiezen ieder 4 kleuren verf. Gezamenlijk wordt nog even terug gekeken naar het lievelingsschilderij van Paulo, De haven van Rotterdam door Paul Signac.  Het is helemaal gemaakt van stipjes. Dan gaan de kinderen zelf een stippenschilderij maken. Ze kunnen dit doen naar eigen inzicht, of met een ‘voorbeeld’; een zwartwit-foto van een gebouw, landschap of persoon vullen ze zelf in met stippen.

2. Een schilderij als Kandinsky

De kinderen mengen verschillende kleuren en beschilderen daarmee verschillende stukken papier.

Als de verf droog is, knippen ze allerlei vormen.

Eerst gaan ze goed kijken welke vormen ze uitgeknipt hebben. Dit doen ze aan de hand van ordenen:

  • Welke vormen zijn er allemaal? De vierkanten worden bij de vierkanten gelegd, de driehoeken bij de driehoeken en de fantasievormen bij de fantasievormen.
  • De groepjes vormen worden vervolgens geordend van groot naar klein.
  • Alle vormen worden weer bij elkaar gelegd. Nu ordenen de kinderen de vormen naar kleur: blauw komt bij blauw, rood bij rood enz.
  • De kleuren worden vervolgens geordend van licht naar donker.

Met de vormen maken ze nieuwe schilderijen, zoals Kandinsky met verschillende vormen en kleuren een kunstwerk maakte. Gebruiken de kinderen een groot licht geel vierkant of juist een kleine groene cirkel? Of misschien wel een blauwe fantasievorm?

De kunstwerken worden een mooie verzameling waarmee zelfs een tentoonstelling mee in te richten is.

Download hier de PDF met alle bovenstaande informatie