Klodders, patronen, meten en symmetrie

4.4 FN klas

Klodders, patronen, meten en symmetrie

Dit materiaal is ontwikkeld in samenwerking met basisschool de Taaltuin in Schiedam, de Fridjof Nansenschool in Rotterdam en kunstenaar Wolf Brinkman, in het kader van het Boijmans Taal- en Rekenprogramma. Met de informatie en lessuggesties kunt u in de klas op een bijzondere manier aan de slag met beeldende kunst. Rekenonderwijs komt op een vanzelfsprekende manier aan bod. Een aantal rekenvaardigheden, die kinderen zich op deze leeftijd eigen maken, wordt geoefend en toegepast:

  • Maten
  • Wegen en meten, termen uit het meten (lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht)
    ‘Verdelen’ en ‘opdelen’
  • Aantallen, maten, tijd, en berekeningen daarmee in de context van het leven van alledag
  • Tijd en tijdsduur: op basis van de klok, de kalender en tijdmeting
  • Verhoudingen en schaal
  • Oriënteren en plaats bepalen in het platte vlak en in de ruimte op maquettes, plattegronden en eenvoudige kaarten
  • Zelf bedenken van passende meetstrategieën
  • (For)maat, ruimtelijke werking en vorm
  • Begrippen: vorm, formaat, zijde, lengte, breedte, patroon, systeem, ordening etc.
  • Coöperatief leren
  • Denken zichtbaar en hoorbaar maken
  • Vergelijken en verwoorden
  • ‘Onderzoeken’, ‘voorspellen’, ‘experimenteren’, ‘verklaren’ en ‘redeneren’

Het materiaal sluit aan bij de leergebieden Rekenen/ wiskunde, Oriëntatie op jezelf en de wereld en Kunstzinnige Oriëntatie.

Per onderdeel staat beschreven wat de benodigde tijd is. De lessen zijn in volgorde te doen, maar u kunt ook losse onderdelen inzetten als aansluiting op de reguliere lessen. Er is een speciale museumles over Tijd, als verrijking en verdieping van de onderstaande online lessen. Meer informatie is hier te vinden

Klodders

Doel/ vaardigheden:

  • (for)maat, ruimtelijke werking
  • verhoudingen en schaal
  • ordenen
  • denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
  • inzicht door doen

Duur:
30 a 60 min

Benodigdheden:
Digibord
Tekenpapier
Potloden
(Ecoline) verf, zeefjes
Zand, lijm

Introductie

De leerkracht laat de leerlingen een sterk uitvergroot detail van een schilderij zien, maar vertelt hen niet dat het hier om een detail gaat. Leerlingen weten in eerste instantie niet waar ze naar kijken, dit wordt niet vertelt. Startvraag: wat zien de kinderen, wat stelt het voor? Als de leerlingen het lastig vinden te herkennen wat ze zien, wordt verteld dat het om een kunstwerk gaat.

Toon de volgende details:

Vragedetail_monetn:
Wat zien de kinderen?
Zijn het alleen maar klodders verf, of is het meer?
Hoeveel klodders zie je?
Welke kleuren klodders zie je?
Zijn de klodders allemaal even groot?
Wat zou het kunnen zijn?

In een gesprek ontdekt de leerkracht samen met de kinderen wat hier aan de hand is.

detail_kokoschkaEen tweede detail (van een ander kunstwerk) wordt getoond.
Wat is dit?
Herken je iets, of zijn dit vooral klodders?
Hoeveel klodders, welke kleuren?

 

Tekenopdracht
De leerlingen tekenen de ‘klodders’ na en vullen vervolgens de omgeving aan. Waar hoort deze klodder thuis? Vinden ze de klodder af, of hoort er nog iets aan vast?
De leerlingen vertellen daarna kort over wat ze hebben gemaakt.

Terug naar het kunstwerk
Vervolgens wordt het gehele kunstwerk getoond. Het gaat om:

monet_lentevetheuil

en

Kokoschka Mandril

Herkennen de leerlingen het detail nog? Wat is er allemaal te zien, wat stelt de klodder voor? Zijn er verrassingen?

Opdracht 2
Als volgende stap maken de leerlingen zelf klodders. Waar kan je klodders van maken?

  • De leerlingen krijgen een leeg wit vel en andere materialen waarmee ze aan de slag kunnen (verf, lijm, zand, droedels maken, punten verbinden, of spatten met ecoline enz)
  • Ze ontdekken hoe ze klodders kunnen maken, ze krijgen alle vrijheid om zelf met de materialen te experimenteren
  • De leerlingen proberen in hun klodders vormen te herkennen en aan te brengen, en maken daarmee een nieuw kunstwerk. Ze voegen bijvoorbeeld lijnen of vormen toe om nieuwe vormen en figuren te scheppen.
    Klodders Klodders Klodders

Afsluiting
Ter afsluiting bespreekt de leerkracht het proces en de resultaten na. Wat was lastig, wat was leuk, heb je nieuwe dingen ontdekt?

Patronen

Doel/ vaardigheden:

  • ordenen
  • maten
  • ‘verdelen’ en ‘opdelen’
  • begrippen: herhaling, patroon, systeem, ordening
  • denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
  • inzicht door doen

Duur:
60 min
Benodigdheden:
Digibord
Tekenpapier
Potloden
Verf
Scharen
Andere materialen die leerlingen zelf aandragen

Introductie

Met de afsluitende opdracht van de vorige les hebben de leerlingen orde aangebracht in de klodderchaos. Ze hebben een systeem proberen te ontdekken, een ordening, een patroon.
Vragen:
– waaraan herken je een patroon eigenlijk?
– wat zijn de kenmerken van een patroon (ordening, herhaling, systeem, enz)?
– zijn er patronen in het klaslokaal of op het schoolplein te vinden?
– is of heeft alles een patroon? Kan iets ook geen patroon hebben?

Kunstwerken

Als je goed kijkt, zijn er overal patronen te ontdekken. Aan de hand van een aantal kunstwerken wordt klassikaal bepaald waar het patroon te zien is en wat het een patroon maakt. Hierbij kunnen de volgende kunstwerken gebruikt worden:

Opdracht

Vervolgens bedenken de leerlingen in duo’s zelf een patroon. Ze overleggen over hun ideeën, laten zich inspireren door één van de kunstwerken die ze hebben gezien. Ook gebruiken ze hulpmiddelen om tot een patroon te komen: een blikje bijvoorbeeld om ronde vormen mee te trekken en te herhalen, blaadjes van het schoolplein, enzovoort. De patronen hoeven niet getekend te worden, maar mogen ook geknipt en geplakt worden. De leerlingen zijn hier vrij in.

Klodders en Patronen Klodders en patronen Klodders en patronen

Afsluiting
Als afsluiting bekijken de leerlingen elkaars werk. Waar is het patroon, wat hebben de leerlingen ontdekt?

Bouwen met ‘klodders’ en patronen

Doel/ vaardigheden:
– (for)maat, ruimtelijke werking
– ordenen
– maten en meten
– verhoudingen en schaal
– begrippen: vorm, formaat, zijde, lengte breedte etc.
– coöperatief leren
– denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
– inzicht door doen

Duur:
60 min

Benodigdheden:
Digibord
Papier, karton en andere bouwmaterialen (stenen, takken van schoolplein bv)

Introductie

Klodders en patronen (zoals we in een vorige lessen hebben gezien) zijn eigenlijk bouwstenen waarmee je een schilderij kunt vullen en opbouwen. Zou je klodders samen een patroon kunnen noemen?

Kunstwerk


Er wordt weer gestart met een detail van een kunstwerk: wat zou het kunnen zijn? Langzaam wordt uitgezoomd en wordt duidelijk dat het om figuurtjes gaat die op de Toren van Babel staan. Het schilderij is gemaakt door Pieter Bruegel.

Bruegel, Toren van Babel, 1565

Bruegel, Toren van Babel, 1565

Het schilderij laat een verhaal uit de bijbel zien. Babel was een oude stad waar mensen besloten hadden een heel hoge toren te bouwen, ze wilden wel eens een kijkje in de hemel nemen. Maar God werd heel boos over deze brutaliteit en hoogmoed. Voor straf liet hij de mensen allemaal een andere taal spreken. Hierdoor konden ze niet met elkaar communiceren, waardoor samenwerking heel moeilijk werd en de toren nooit afkwam.

Opdracht
Gelukkig spreken wij nu wel dezelfde taal en kunnen we samen een toren bouwen. Maar hoe kun je een hoge toren bouwen met klodders/ vormloze vormen? Met eigen bedachte vormen vertalen de leerlingen de 2D toren naar een 3D variant en bouwen ze een toren: proppen papier of papier juist in speciale vormen gevouwen, karton, takken enz. De leerlingen werken in duo’s en overleggen.
Welke vormen lenen zich goed als bouwsteen?
Welke toren wordt het hoogst en stevigst?
Met de torens wordt een stad gebouwd, ingedeeld in wijken en buurten.
Welke torens passen goed bij elkaar?

3.1 TT  3.4 TT

Afsluiting
De torens worden tentoongesteld in de klas. De leerlingen vertellen elkaar over hun onderzoek en het resultaat: zijn ze tevreden, wat vonden ze moeilijk, wat werkte goed en wat juist niet, enz.

Meten van maten

Doel/ vaardigheden:

  • (for)maat, ruimtelijke werking
  • maten en meten
  • zelf bedenken van passende meetstrategieën
  • verhoudingen en schaal
  • ordenen
  • begrippen: vorm, formaat, zijde, lengte breedte etc.
  • coöperatief leren
  • denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
  • inzicht door doen

Duur:
30 a 60 min

Benodigdheden:
Digibord
Papier, karton, latten, touwen en andere materialen die leerlingen zelf aandragen om hun een meetsysteem mee te maken

Introductie en kunstwerk

De toren die we vorige les op het schilderij zagen, moest heel hoog worden. Op het digibord kijken de leerlingen nog een keer naar het schilderij.

Bruegel, Toren van Babel, 1565

Bruegel, Toren van Babel, 1565

Hoe kan je zien dat de toren al heel hoog is? Hij reikt al tot boven de wolken, de figuurtjes en bootjes zijn heel klein vergeleken bij het bouwwerk en de toren knelt bijna in het beeldvlak.

Kunstwerken
Hoe meet je zo’n toren?
Wanneer wisten de mensen dat de toren hoog genoeg was?
En hoe kun je een schilderij, een beeld of meubelstuk meten?
Er worden een paar bijzondere kunstwerken getoond die op het eerste gezicht moeilijk te meten lijken door bijvoorbeeld hun vorm. Bij elk kunstwerk proberen de leerlingen te schatten hoe groot het ongeveer is: hoe groot zou het zijn, hoe zou je het kunnen meten?

Opdracht

Leerlingen verzinnen een eigen meetsysteem, welke uiteindelijk op iets tastbaars moet worden aangebracht (touw, stok, lat, stof, papier enz).
Hoe meet je de toren op het schilderij op het digibord, hoe meet je het schilderij zelf?
Of hoe meet je die voetbalkooi of vreemde stoel?
En de meubels in de klas?
Of elkaar?
Handen, voeten en benen kunnen in eerste instantie gebruikt worden, maar hoe zorg je dat anderen jouw meetsysteem van handen en voeten ook kunnen gebruiken?
NB het meetsysteem hoeft niet perse kloppende centimeters en meters te meten! Het kan ook voorkomen dat een leerling bijvoorbeeld een ordening aanbrengt die te maken heeft met de lengte van zijn hand oid. Hierin zijn de leerlingen vrij.
De leerlingen ontdekken de voor-en nadelen van de verschillende meetsystemen.

4.5 FN  5.6 TT  4.4 FN klas

Verdieping:
Stel dat er een kist voor één van de kunstwerken moet worden gemaakt om te vervoeren naar een ander museum, hoe groot zou die kist van moeten zijn? Kunnen de leerlingen dit op schaal namaken/ vouwen?

Afsluiting
Leerlingen vertellen over hun ontdekkingen en het resultaat.
Welke meetlat/ lint/ anders verrast het meeste?
Meten alle systemen hetzelfde? Hoe komt dat?
Heb je dingen ontdekt die je nog niet wist?

Meten van tijd 1

Doel/ vaardigheden:

  • ordenen
  •  begrippen: duur, meten, ordening
  • meten
  • tijd en tijdsduur: op basis van de klok, de kalender en tijdmeting
  • denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
  • inzicht door doen

Duur:
60 min

Benodigdheden:
Digibord
Papier of karton
Potloden
Verf
Scharen

Introductie

Naast maten kun je ook tijd meten. Hoe doe je dat, waarmee kun je tijd meten? Dit kan:

  •  met een klok
  • met de zon
  • door te tellen
  • enz.

Kunstwerken

Hendrikc Hondius Stilleven met schedel

Hendrikc Hondius Stilleven met schedel

Welke meetinstrumenten (niet alleen van tijd) zie je? Denk aan de passer, de winkelhaak, de weegschaal en de zandloper.
Met welke van deze instrumenten kun je de tijd meten? Dit kan met de zandloper, maar vroeger hadden kaarsen deze functie soms ook: van een kaars wist men ongeveer de brandtijd, dus als de kaars half op was of helemaal, dan wist men hoeveel later het inmiddels was.

Hans Bol De maand februari 1580

Hans Bol De maand februari 1580

Hans Bol maakte in de 16de eeuw 12 prenten, voor elke maand één. De maanden zijn te herkennen aan het teken van de dierenriem bovenaan en de activiteiten die typisch zijn voor de betreffende maand. Er zijn veel details te ontdekken uit het alledaagse leven te ontdekken.

Paul Delvaxu De maanstanden III 1942

Paul Delvaxu De maanstanden 1942

  • Wat heeft met tijd te maken op dit schilderij? (dag/ nacht, seizoenen (kleding), stoomtrein)
  • Waar zie je hier een instrument om tijd mee te meten?

Op de muur links is een zonnewijzer te zien. Deze werkt als volgt: de zon werpt via de pin op de zonnewijzer een schaduw op de wijzer. Afhankelijk van de stand van de zon valt de schaduw op een bepaalde plek op het vlak en toont daarmee de tijd.
Maar ook de maan in de lucht vertelt iets over tijd: aan de vorm van de maan kun je zien welk moment in de maand en het jaar het is: staat hij vol, half, of is er een sikkel te zien? De stand van de zon en de aarde heeft hier invloed op: we zien de maan deels, niet of helemaal door de zon verlicht.

Tussenopdracht
Kun je met je vingers een zonnewijzer maken? In tweetallen meten de leerlingen elkaars schaduw met hun hand (gebruik hierbij de zon of een spotlamp):

  • Hoeveel handen is je schaduw lang?
  • Zal dat anders zijn in de winter, zomer, lente, herfst?
  • Hoe komt dat?

Terug naar de kunst
Een klok laat natuurlijk ook de tijd zien. Er zijn verschillende soorten klokken, kunnen de leerlingen die noemen? Kerkklok, horloge, wandklok, wekker, op je telefoon, enzovoort.

Een klok kan diverse indelingen hebben:

Opdracht
Leerlingen maken ieder een eigen klok.
Wat voor tijd meet jouw klok?
Kan een klok iets anders dan tijd meten?
Leerlingen zijn vrij om hiermee te associëren en creatief in te zijn. Een klok kan bijvoorbeeld meten of iets op tijd is of te laat. Of emoties, of speeltijd, leertijd, slaaptijd, eeuwen, seizoenen, generaties enz.
Hoe delen ze het vlak in? Het hoeft geen klok met 12 of 24 cijfers te zijn, maar het kunnen er ook bijvoorbeeld 4 zijn (seizoenen, dagdelen, enz)
Wat voor vorm gebruiken zij daarvoor, moet dat rond zijn? Zijn alle deelvlakken even groot, of is er verschil, en waarom?
5.8 TT  5.7 TT  5.6 TT

Afsluiting
Leerlingen vertellen over hun ontdekkingen en het resultaat. Welke klok verrast het meeste? Heb je dingen ontdekt die je nog niet wist? Welke klok zou je thuis willen hebben?

Meten van tijd 2 (duur en moment)

Doel/ vaardigheden:
– ordenen
– meten
– tijd en tijdsduur: op basis van de klok, de kalender en tijdmeting
– begrippen: duur, meten, generatie, etc.
– denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
– inzicht door doen

Duur:
60 min

Benodigdheden:
Digibord
Papier
Potloden
Materialen voor de stamboom (indien voor deze opdracht gekozen wordt)

Introductie

Tijd kun je meten met een zonnewijzer of een klok, een stopwatch misschien, maar met woorden of beelden kun je ook tijd duiden. Woorden zijn bijvoorbeeld: bijna, straks, overmorgen, lang geleden enzovoort. In de kunst zijn genoeg voorbeelden van beeld te ontdekken.

Kunstwerken

De klas kijkt (nogmaals) naar de prent van Hendrick Hondius.

hendrikhondiusWe hadden gezien: met de zandloper meet je de tijd. Er zijn ook voorwerpen te ontdekken die tijd niet meten, maar er wel naar verwijzen: de schedel en de kaars bijvoorbeeld, verwijzen naar de voorbijgaande tijd, naar het feit dat aan alles een einde komt (zeker ook het leven).

Andere kunstwerken waarin tijd een rol speelt:

Met leeftijden:

jan toorop dorpelwachters der zee
* Jan Toorop, Dorpelwachters der zee, 1901
Op dit schilderij zijn drie generaties te zien: kinderen op de achtergrond, een moeder rechts en oude mannen op de voorgrond.

 

Of in de keuken:

anoniem haal* Anoniem, Haal, 1600-1700:
Een haal werd gebruikt om boven het haardvuur een pan of ketel aan te hangen. De pan kon hoger en lager worden gehangen, dichterbij of verder weg van het vuur. Hoe verder weg, hoe minder heet de pan werd en hoe minder snel het koken ging. Op deze prent is een haal in gebruik te zien.

 

pieter van der heiden de vette keuken Pieter van der Heyden, De vette keuken, 1563:

 

 

 

 

Studio Makkink & Bey, Minuten Servies, 2002Hoe lang duurt iets om te maken? Studio Makkink & Bey maakte een servies en gaf aan elk onderdeel de naam van de duur dat er aan de decoratie ervan gewerkt werd. De 144-minuten-theepot kostte dus bijvoorbeeld 144 minuten. Tijd is geld.

 

Opdracht
De leerlingen ‘meten’ tijd op een andere manier, ze ervaren tijd en duur, als volgt:
1. Eerst maken de leerlingen een eenvoudige tekening op een wit vel A4 papier, maakt niet uit wat. 2. Vervolgens vouwen ze het blad dubbel en tekenen ze nogmaals iets op één kant.
3. Dan vouwen ze weer, en tekenen weer op één kant. Dit wordt zo’n 5 keer gedaan.
4. Vervolgens vouwen de leerlingen hun tekening weer open.
Kunnen ze zien welk stukje het oudst is, het langst geleden?
En welke het kortst geleden?
Als variatie kunnen de leerlingen dit ook bij elkaars tekening proberen te bepalen.
NB bij deze vragen gaat het niet om het juiste antwoord, maar om de beredenering van de leerlingen.
Online-lessen-gr-5-6-les-6-stap-1-1000Online-lessen-gr-5-6-les-6-stap-2-1000Online-lessen-gr-5-6-les-6-stap-5-1000Online-lessen-gr-5-6-les-6-stap-3-1000Online-lessen-gr-5-6-les-6-stap-4-1000Online-lessen-gr-5-6-les-6-stap-6-1000

> Alternatief:
De leerlingen maken een stamboom. Ze proberen zover mogelijk terug de personen/ familieleden in te vullen. Als dat niet lukt, dan verzinnen ze een naam voor bijvoorbeeld de ‘opa van opa’. Hoe ziet een stamboom er uit? En hoe zou je een stamboom ook kunnen maken als deze niet plat hoeft te zijn? Bouwen ze iets, of maken ze een mobiel?

Afsluiting
Als afsluiting bespreekt de leerkracht het onderzoek en resultaat met de klas na.

Meten van gewicht

Doel/ vaardigheden:
– ordenen
– wegen en meten
– begrippen: gewicht, balans, evenwicht, wegen etc.
– coöperatief leren
– denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
– inzicht door doen

Duur:
60 min

Benodigdheden:
Digibord
Houten blokken
Scrapmateriaal (kurken, dopjes, enz), of materialen van het schoolplein (steentjes, takjes, enz)

Introductie

Naast tijd en maten kun je ook gewicht meten. Wanneer meet je gewicht? Wat is een ander woord voor het meten van gewicht? Wegen. Je kunt iemands gewicht meten, je kunt een stukje kaas of een zak appels in de supermarkt wegen. Je meet met een weegschaal. Je kunt ook wegen met je gevoel: je voelt of je die tafel wel in je eentje kunt tillen of dat die misschien te zwaar is om alleen te sjouwen.

Kunstwerken

De leerkracht toont op het digibord het schilderij van Salomon Koninck, De goudweger, uit 1654:

Salomon Koninck De goudweger 1654

Salomon Koninck De goudweger 1654

Waarmee weegt deze man, hoe heet dat? Wat weegt hij? En hoe werkt dit?
In de 17de eeuw, de tijd dat dit schilderij werd gemaakt, werd een goudweger vaak niet zomaar afgebeeld, maar stond symbool voor ‘gierigheid’.

Een prent met een weegschaal:
Jacques de Gheyn (II), Justitia (Rechtvaardigheid), circa 1593:

Jacques de Gheyn Justitia

Jacques de Gheyn Justitia circa 1593

Ook hier is de weegschaal weer symbolisch: deze dame stelt Vrouwe Justitia voor (ze is een symbool voor rechtspraak of rechtvaardigheid) en heeft een blinddoek om, zodat ze bij het vellen van een oordeel onpartijdig kan zijn. De weegschaal staat voor het zorgvuldig afwegen van de argumenten en het oordeel.

Wegen met een weegschaal heeft alles te maken met balans en evenwicht: het gewicht in de schaaltjes moet even zwaar zijn.
Edgar Degas, Grote arabesque, derde positie, circa 1885-1890,

Edgar Degas Grote Arabesque

Edgar Degas Grote Arabesque circa 1885-1890

Hoe blijft deze ballerina in balans, hoe houdt zij haar evenwicht? Leerlingen proberen haar houding na te doen en hun balans te houden.

Alan Jones, Op grote voet, 1970:

Allen Jones Op grote voet 1970

Allen Jones Op grote voet 1970

Wat is er vreemd aan dit schilderij? Is dit mogelijk?
Wat als er aan de andere kant precies eenzelfde mevrouw stond, zou het dan in evenwicht kunnen blijven?

Nog een werk over evenwicht en balans:
Frank Mandersloot, Baar, 1987-1988:

Frank Mandersloot Baar 1987-1988

Frank Mandersloot Baar 1987-1988

Is dit in balans? Hoe is dit gedaan? Wat gebeurt er als er iemand op de stoel rechts gaat zitten? Hoe krijg je het dan weer in balans?

Opdracht
Leerlingen krijgen in duo’s een blokje en een stokje/ cylinder. Ook zijn er diverse scrapmaterialen beschikbaar (kurken, dopjes, plakband enz). Het houtblokje wordt over het stokje heen gelegd, als een wipwap. Met de andere materialen wordt de bovenkant van het houtblokje bebouwd.

Hoe krijg je het blokje in balans/ evenwicht zodat aan allebei de kanten het blokje van de tafel komt? Zijn de materialen aan allebei de kanten gelijk, of anders?

 

 

Afsluiting
Als afsluiting bespreekt de leerkracht het onderzoek en resultaat met de klas na.

Spiegels en symmetrie

Doel/ vaardigheden:
– (for)maat, ruimtelijke werking
– ordenen
– verhoudingen en schaal
– begrippen: spiegelen, formaat, symmetrie, balans, etc.
– denken zichtbaar en hoorbaar gemaakt
– inzicht door doen
– vergelijken en verwoorden
Duur:
60 min
Benodigdheden:
Digibord
Papier
Verf
Potloden
Spiegels
Passer

Introductie

Als iets in balans is, dan kan het er soms symmetrisch uit zien. Kijk nog even terug naar de opdracht van de vorige les:
Hoe kreeg je het blokje in balans/ evenwicht zodat aan allebei de kanten het blokje van de tafel komt?
Waren de materialen aan allebei de kanten gelijk, of anders?
Moet het gelijk zijn, of kan het blokje ook in balans zijn zonder dat voorwerpen hetzelfde worden geplaatst?
Als de voorwerpen aan allebei de kanten hetzelfde zijn, en eventueel in spiegelbeeld, hoe heet dat dan? Symmetrie. Zie je symmetrie in de klas?

Kunstwerken

Symmetrie
Bekijk op het digibord een aantal voorbeelden: wat is symmetrie en wat niet? Is het symmetrie, of is het spiegelen? Of allebei?

Wat zien we in de spiegelkamer? Kun je tellen hoe vaak je de camera ziet? Stel je voor dat je er zelf zou staan, wat zou het met je doen?

Zie je in één van deze werken symmetrie terug komen door het spiegelen?

Opdrachten
Op een wit vel papier brengen leerlingen een paar klodders verf aan. Vervolgens vouwen zij dit, terwijl de verf nog nat is (!), dubbel.
Wat is er gebeurd? Is dit symmetrie, is dit spiegelen?
Welke vormen zijn ontstaan?

  • Op een leeg vel schrijven de leerlingen hun naam. Eerst gewoon, dan in spiegelbeeld.
    Met een spiegel controleren ze of ze het goed hebben gedaan.
  • Op een leeg vel trekken leerlingen met een passer een cirkel. In één deel van de cirkel brengen ze een patroon aan. Hoe kun je met twee spiegeltegels de suggestie wekken dat de rest van de cirkel op dezelfde manier gelijkmatig met het patroon is gevuld?
  • Als de twee tegelspiegels in een rechte hoek tegen elkaar rechtop op de cirkel worden gezet, zodanig dat het getekende patroon in beide spiegels wordt weerspiegeld, dan lijkt het of het patroon gelijkmatig over de hele cirkel terug komt.

Symmetrie Symmetrie